Doorpakken met transformatie


Als we grote problemen willen aanpakken dan zullen we een aantal praktische stappen moeten nemen langs de belangrijkste hoofdlijnen. Vergezichten hebben weinig waarde als deze niet vergezeld gaan van een routekaart voor actie. Bewustzijn reist mee met de realiteit. Verder moeten we oppassen dat het ene doel niet ten koste gaat van het andere.

En wat moeten we ondertussen met de reisbranche?

De media hebben alle problemen wel gesignaleerd. We weten dat er hongersnood dreigt in de Sahel. Het is bekend dat er grote ongelijkheid is tussen de rijken en de armen. We stellen vast dat er onverantwoorde autocratieën zijn die zomaar een oorlog kunnen beginnen. Het is ook niet gemakkelijk meer om te ontkennen dat het klimaat verandert en dat de natuurlijke omgeving onder grote druk staat onder invloed van de mens. Het wrange is dat deze problemen vaak al decennia bestaan en vaak niet kleiner lijken te worden.

Er zijn vele vergezichten die ons een ander perspectief geven en of een appèl doen op ons bewustzijn. Van Thomas Piketty, tot Yuval Harari, Kate Raywood, Kees Klomp, Steven Pinker en vele anderen. Allen schetsen ze perspectieven waar we naar toe zouden moeten en vaak hebben ze gelijk.

Wat is de eerste stap?

Als je deze vraag stelt dan wordt het vaak stil. Ik heb dat een aantal keer gedaan in verschillende settings. Het antwoord kwam steeds op het zelfde neer. De eerste stap is bewustwording zegt men dan. Maar jaren erna is bewustwording nog steeds de eerste stap en een tweede is nog niet in zicht.

Dat is een probleem. Mensen worden gedesillusioneerd als problemen abstract en onoplosbaar lijken en als er geen voortgang is. Om met Harari te spreken: Hopeloosheid is net zo erg als onwetendheid, want beiden leiden tot inactiviteit.

Bewustwording heeft een sterke relatie met de realiteit van dag tot dag. Als de beweging om je heen volop bezig is met een probleem dan wordt je er steeds meer bewust van en ben je meer bereid tot actie. Maar waar zit het begin?

Stel: Je loopt door een drukke straat. Iemand kijkt omhoog. Een of twee anderen volgen zijn blik. Vele andere beginnen ook omhoog te kijken. Even later kijkt iedereen omhoog. Maar er is niets te zien, de eerste kijker had gewoon een stijve nek en wilde even een andere houding aannemen. Mensen zijn net als vogels in een grote zwerm. Je scant om je heen wat de anderen in je directe omgeving doen en je volgt het patroon. Het is heel moeilijk om in je eentje een totaal nieuw weg in te slaan. We zijn sociale kuddedieren. Het dier dat uit de kudde stapt voelt zich kwetsbaar.

Bij de oprichting van Riksja Travel in het jaar 2000 was klimaatpolitiek nagenoeg afwezig. Maar heel weinigen hielden zich ermee bezig en de politiek had andere prioriteiten. We besteedden de eerste jaren veel aandacht aan duurzaamheid, maar die was vooral sociaal gericht. Op arme mensen in de landen waar we reisden en op het geluk van onze medewerkers. Pas ver in het volgende decennium werd de impact van reizen op het klimaat een hoofdpijndossier voor het bedrijf, onze duurzaamheidsfocus verschoof. Net als in de meeste andere bedrijven. De klimaatproblemen bestonden al veel langer, maar dat werd niet zo beleefd. We zijn daar tekort geschoten, dat klopt. Net als bijna iedereen.

Wat moeten we doen?

Als een bedrijf tot actie wil komen gaat het meestal door twee fasen: Eerst wordt vanuit de analyse van de situatie en vanuit de doelen en waarden een paar grote lijnen ontwikkeld. Vanuit die lijnen formuleer je vervolgens strategieën en praktisch beleid. En dan ga je aan de slag.

Wat zijn de grote lijnen waar de maatschappelijke problemen om draaien? Het boek van Kate Raywood (De Donut Economie) geeft daar na lange analyse een sterk beeld van. De Donut economie draait erom dat iedereen mag floreren zolang je binnen het plafond van het ecosysteem en boven het sociale fundament blijft. Haar belangrijkste gevolgtrekking daaruit is dat economisch beleid primair gericht zou moeten worden op herstel van de aarde én sociaal economische gelijkheid.

Deze dualiteit raakt wat mij betreft de kern. Waarom? Bijna alle grote maatschappelijke problemen en oplossingen houden hier direct verband mee. Neem bijvoorbeeld de Sustainable Development Goals van de VN. Dat zijn 17 doelen gebaseerd op de belangrijkste problemen in de wereld, dat is nogal veel voor krachtig beleid. Maar als je er onder kijkt dan gaan ze allemaal óf over sociale problemen óf over eco uitdagingen, of allebei. Als je sociaal economische gelijkheid goed wilt aanpakken dan werk je óók aan armoede, onrechtvaardigheid, onderwijs, empowerment van vrouwen en zo voort.

Je dient ook op te passen dat het ene beleid niet ten koste gaat van het andere. Zo is ‘degrowth’ (een populair recent thema) misschien een goed idee voor herstel van de aarde, maar niet voor armoede bestrijding in Afrika of Azië. Dit is iets dat we bij Riksja Travel heel sterk zien. Als we minder reizen organiseren (zoals in de Covid jaren) dan zitten er duizenden mensen in ontwikkelingslanden zonder werk (dit zijn veelal de mensen aan de onderkant van de samenlevingen), maar er is wel veel minder Co2 uitstoot door het vliegen.

Je wilt aan beide werken, zonder dat het één ten kost gaat van het ander.  Vandaar die bandbreedte in de donut. Maar je wilt ook dat economieën, bedrijven en individuen hun kracht maximaal kunnen inzetten, maar wel in de juiste richting.

Wat is de eerste stap?

Terug naar die gewetensvraag. Die twee grote lijnen moeten vertaald worden in concreet beleid. Ik ga wat suggesties doen voor concrete stappen. Iedere suggestie is controversieel, daar kunnen we een flinke discussie over houden. De essentie is niet dat we déze stappen precies zo nemen, maar dat we concreet worden en in actie komen. Ook op terreinen waar nu nog nauwelijks iets gebeurd.

De eerste stap voor meer sociaal economische gelijkheid in de nationale economie hoeft niet zo moeilijk te zijn. We kijken naar een absurde situatie waarbij in een land als Nederland er mensen zijn die bij de voedselbank moeten winkelen en er zijn mensen met een vermogen van een paar miljard. Dit is in de ‘Trickle down economy’ altijd gerechtvaardigd doordat de rijken de kracht naar beneden zouden brengen naar de armen. Maar de verhoudingen zijn totaal zoek geraakt. Veel vermogen blijft hangen bij niet-duurzame beleggingsfondsen of in superjachten.

Je wilt ook niet naar een communistisch systeem waar weinig incentives zitten om succesvol te zijn. Maar er is een gezonde grens. We kunnen het Trickle down effect een handje gaan helpen. In Bhutan mag het hoogste inkomen maar 10 keer hoger zijn dan het laagste loon. Dat zou een voorbeeld kunnen zijn voor economische gelijkheid in Nederland. Je zou dit in EU verband willen doorvoeren om te voorkomen dat de top in het buitenland gaat werken. Maar als je dan voor meer geld buiten Europa aan de slag gaat, doe dat vooral. Ons sociaal contract kan dit soort mensen prima missen.

De eerste stap zou kunnen zijn om inkomens boven de 1 miljoen euro af te toppen met extreme belastingtarieven. Dat geld kan naar de onderkant van het stelsel. Parallel kun je vermogens boven de 20 miljoen gaan afromen. Mensen die 5% rendement maken op hun vermogen komen dan ook maximaal aan 1 miljoen inkomen, dus dat is consequent. De tweede stap zou een maximaal inkomen van 500k kunnen zijn en 10 miljoen aan vermogen. Het minimumloon >21 jaar zou van ca 20k eerst naar 25k kunnen gaan. Daarna naar 30k. Afhankelijk van hoeveel geld je kunt herverdelen. Zo kun je van twee kanten naar een factor 10 of een factor 15 werken. Als een CEO een miljoen minder verdiend dan kunnen 200 medewerkers 5000 euro meer verdienen zonder dat het een bedrijf meer kost.

Het krankzinnige is dat het heel radicaal klinkt als je een beleid voor staat waarbij mensen niet meer dan een miljoen mogen verdienen. Maar eigenlijk is het veel radicaler om een stelsel te willen waarin zoveel mensen aan de onderkant te kort wordt gedaan. Er blijkt een sterke relatie te zijn tussen economische gelijkheid en geluk van mensen, blijkt uit onderzoeken die Raywood en anderen aanhalen. Meer geld maakt met name gelukkig bij een laag inkomen, door vermindering van stress en openen van mogelijkheden. Hier valt dus veel te winnen.

Internationaal is de ongelijkheid helemaal gigantisch. Er zijn ongeveer 800 miljoen mensen die nog niet komen aan 1,9 dollar per dag. Tegelijkertijd zijn er vaak hele rijke mensen in de landen zelf. Landen als China en India zijn goed op weg om de armoede te verminderen, vele landen in Afrika slagen daar niet in. Jarenlang hebben NGO’s hier hun tanden op stukgebeten. Arme mensen waren moeilijk te bereiken en overheden van ontwikkelingslanden waren vaak corrupt en incapabel.

Dat eerste is aan het veranderen door de komst van mobiel bankieren. Geld via je mobiel wordt overal toegankelijk, als jij geen mobiel hebt dan heeft jouw dorpshoofd die wel. Je hebt dus geen overheid meer nodig om geld bij de mensen te krijgen. Een wereldwijd vangnet ligt binnen bereik. Stel je betaald 800 miljoen mensen 2 euro per dag. Dat kost 1,17 biljoen euro per jaar. Dat klinkt veel, maar het is ongeveer 1,5% van het wereldwijd BNP. En als je een deel van het vangnet overlaat aan landen zoals India dan kan dit verminderen naar ca 1%. En voor 1% van ons inkomen willen we er toch wel voor zorgen dat niemand op deze wereld meer honger heeft?  

Uiteraard wil je de internationale politiek mee hebben om zo’n aanpak mogelijk te maken. De Verenigde Naties wordt voortdurend getraineerd door veto’s van veelal autocratische landen. Maar de klimaat COP’s hebben laten zien dat constructieve wereldwijde samenwerking wel degelijk mogelijk is. Waarom wordt zo’n coalition of the willing niet uitgebreid naar een breder scala aan onderwerpen? Uiteindelijk kan dit mogelijk leiden tot een UNOW, United Nations Of the Willing, waar geen veto’s bestaan en waar grote oplossingen op tafel kunnen komen.

Een simpele eerste stap kan ook zijn om je geld in microkredieten te beleggen. Bijvoorbeeld bij de Triodos bank, de ASN of bij een platform als Wakibi. Zij helpen met betrekkelijk kleine fondsen duizenden mensen door het sterk uitwaaierende effect van een microkrediet naar vele mensen in de omgeving van een project.

Het beleid voor versterking van het Ecosysteem wordt op nationaal niveau eindelijk breed ingezet. De eerste stappen daarin gaan vaak niet over herstel, maar over het beperken van de schade.

Is dat erg? Niet zolang er snel verdere stappen volgen. Je moet onderkennen dat grote veranderprocessen niet in één keer de hele bocht kunnen nemen. Toch zou er parallel veel meer geld kunnen gaan naar herstel door bijvoorbeeld regeneratieve landbouw (in Nederland) en Land Restoration projecten (In het buitenland). In Nederland kun je daarvoor bijvoorbeeld investeren bij Soil Heroes of Just Diggit. In Parijs is er voor Land Restoration wel geld uitgetrokken, maar er kan nog flink worden opgeschaald. Herstelde ecosystemen die in een goede balans door mensen worden gexploiteerd bieden ook kansen voor lokale mensen om hun inkomen te versterken.

Bij bedrijven is het beeld wisselender. De eerste stappen zijn vaak een doekje voor het bloeden. Als KLM 1% bijmengt met biobrandstof dan is dat wel heel minimaal als eerste stap vergeleken met de grote schade die hun vluchten veroorzaken. Het zou bijvoorbeeld meer zoden aan de dijk zetten als KLM zou stoppen met vluchten naar Brussel, Dusseldorf en even later Londen, waar goede treinverbindingen mee zijn. Maar dan moet de ‘hub’ functie van de airline op een nieuwe manier vormgegeven worden. Als je bij boeking in het KLM systeem integraal een treinverbinding aan je doorvlucht kunt koppelen dan zou dat haalbaar kunnen zijn. Dat vraagt een veel serieuzer commitment dan er nu is, maar het zou wel hout snijden. Er gaan bijvoorbeeld 60 vluchten per dag naar Londen. Hier kun je significant uitstoot verminderen.

Bij bedrijven is vaak het probleem dat de doelen primair draaien om geld. Duurzaamheid mag dan niet te veel kosten.

In dat soort gevallen zal de overheid stappen moeten afdwingen. Zo is ligt een belasting op kerosine in de rede als eerste stap, zeker als het wordt geïnvesteerd in de infrastructuur van brandstoffen die de aarde geen schade aanbrengen. Dat geholpen “Trickle” effect kan overal plaatsvinden waar bedrijven dat onvoldoende zelf initiëren. Ook op branche niveau kunnen initiatieven heel effectief zijn, omdat gezamenlijke actie een nieuwe norm kan scheppen, zeker als er goede voorbeelden zijn. Dat zagen we ook bij C02 compensatie van vluchten binnen de reisbranche. Maar ook daar zal de volgende stap moeten zijn om tot herstel van ecosystemen te komen.

Voor startups geldt: Stel hogere doelen die de planeet en mensen omarmen. Dan wordt duurzaam beleid een intrinsieke prioriteit.

Voor individuen zie je dat het aanbod vaak de vraag schept. Als de hele supermarkt vol ligt met biologische producten dan worden die steeds goedkoper en zichtbaarder en worden door steeds meer mensen gekocht. Zoals gezegd komt er maar beperkt actie direct uit het bewustzijn van problemen als de omgeving niet mee resoneert. Zorg als overheid en bedrijfsleven dat er voldoende mensen omhoog gaan kijken. Natuurlijk is het fantastisch dat er ook mensen zijn die onafhankelijk al tot veel actie komen. Maar daar moet je het meestal niet van hebben voor de grotere beweging.

Bewustzijn

Dan toch even over bewustzijn. Ik las het geweldige boek ‘De web of Meaning’ van Jeremy Lent. Hij schetst hoe we als mensheid ons linker denkbrein hebben laten ontsporen en de kracht van het rechter intuïtieve brein zijn kwijtgeraakt. We zijn gesepareerd geraakt van anderen en van het hele ecosysteem. Willen we uit eigen beweging de grote problemen gaan aanpakken dan zullen we opnieuw moeten leren om betrokkenheid te voelen bij alle mensen en het hele ecosysteem van de wereld. Maar we zijn daar nog lang niet. We zien globalisatie vaak als een vehikel voor internationale bedrijven om geld te verdienen. Als we ons echt globaal verbonden zouden voelen dan zouden we volop zorgen voor een andere wereld. Daar moet nog veel water voor door de zee. We zullen moeten voelen en zien dat dit de relevante werkelijkheid is.

Maar hoe het ook zij: We kunnen hier niet op wachten. We hebben concrete stappen nodig om in beweging te komen voor het te laat is voor de werkelijkheid die we wensen. 


Volgende
Volgende

About Wings